#RACEDAY: TCS Amsterdam Halve Marathon + 8K : Dixi ontgroening.

Het is weer een mooie Medal Monday voor mij (en duizenden anderen)! Voor de derde keer op rij liep ik afgelopen zondag een halve marathon, die van Amsterdam (voor de oplettende onder jullie; ja ik loop dus wat achter met die andere raceverslagen, maar die volgen hopelijk zo snel mogelijk!).

Nu de 8K en de TCS Amsterdam Halve Marathon nog vers in m’n geheugen zitten EN mijn benen dit ook nog even bevestigen, maakt dit het net even wat meer top of mind. En daarom is het een behoorlijk uitgebreid raceverslag geworden.

Dag, Amsterdam.

Eigenlijk zou ik niet meer naar Amsterdam gaan om te lopen. Ik was daarom boos. Op mijn lijf. Die de voorbereidingen, naar wat hopelijk mijn tweede droommarathon zou zijn, niet zo leuk vond. En ik was koppig: het was de marathon, of het was niets. Maar goed, al gauw heb ik mijn lijf toch wel vergeven (ik bedoel; het heeft me dit jaar al een marathon laten lopen!) en dus begon Amsterdam te kriebelen. Heel (heel) even heb ik nog gedacht; ik start gewoon aan de marathon en zie wel hoe het loopt. Maar gelukkig was ik toch wat verstandiger en heb ik dit uit mijn hoofd gezet. Dat zou mijn lijf alleen maar meer kwaad dan goed doen en het belangrijkste voor mezelf is om een gezond lijf te hebben, zodat ik juist kan genieten van elke kilometer die op mijn pad komt. Niks forceren, dus.

Toch genieten van Amsterdam!

Goed, flashforward naar afgelopen week. Heel veel twijfel. Die marathon ging niet lukken. De halve dan? Maar de 8K klinkt ook aanlokkelijk. Beide? Dan zit ik toch opgeteld weer op zo’n kleine 30k. Klinkt goed. Even de planning erbij pakken. Moet lukken qua tijdsbestek ertussen, mits mijn lijf dit aan zou kunnen. Ik koop twee tickets over van iemand die zelf jammer genoeg niet mee kan doen, zodat ik alle kanten op kan: alleen de 8k, alleen de 21k of toch stiekem, beide.

Toch ben ik enorm nerveus: hoe zou mijn lijf reageren? Zeker na de 2 halve marathons in de laatste weken hiervoor. Ik ben net weer een beetje aan het opkrabbelen en wil deze stijgende lijn toch voortzetten. De hele week doe ik het bij mijn overige trainingen dan ook rustig aan. En mijn lijf voelt eigenlijk best goed. Ik begin stiekem erin te geloven dat het toch een mooie en sportieve zondag kan worden. Al durf ik dit pas ‘echt’ na de 8 kilometer te zeggen. Ik spreek met mezelf af dat als de 8 KM te zwaar is, dat ik dan stop en gewoon lekker ga cheeren.

It’s getting hot hot hot!

Op vrijdag begin ik langzaam mijn spullen klaar te leggen voor zondag. Ik heb dat altijd, dat als ik stress heb, dat ik dan mezelf nog beter wil voorbereiden. Gelukkig heb ik als lijstjes-persoon altijd mijn checklist klaarliggen  (schreef ik ook een blog over). En het zou warm worden. Dus: veel mee. Niet alleen qua eten en drinken, maar ook aan kleding, want dat wordt zweten geblazen.

De koplopers van de marathon.

On my way!

Zondag gaat om 5.45 de wekker. Niet dat ik heb kunnen slapen, ik was enorm nerveus. Iets voor 6.30 zit ik in de auto, onderweg naar Amsterdam. Ik kan parkeren bij het Frans Otten stadion, wat zo’n 5 minuten lopen van het Olympisch stadion, start en expo is. Ideaal! Ik ben veel te vroeg (8.00 uur daar) en ga eerst snel naar de WC. De eerste zenuwen zijn eruit. Vervolgens loop ik naar de Expo en shop ik nog twee mooie ASICS tights voor mezelf en een voor manlief.  Vervolgens eet en drink ik nog wat, neem ik nog twee tabletten van Polyphine® SPORT  en loop ik langzaam richting de start van de 8 KM. Omdat ik veel te vroeg ben, kijk ik eerst nog naar de start van de hele marathon. Ik zie de snelle jongens letterlijk voorbij vliegen, wauw. Vervolgens zie ik Hedwig nog en moedig ik haar aan. Jammer genoeg zie ik niet meer bekenden. Na een 20 minuten cheeren moet ik toch nu wel echt het startvak opzoeken. Snel nog even een WC bezoek en op naar de start!

Outfit 1 voor de TCS Amsterdam 8K
Startvakselfie!

De 8K van Amsterdam

Als eerste is de 8 KM van Amsterdam aan de beurt. Ik besluit deze totaal op gevoel te lopen en om niet het gas open te gooien. Ik kan je vertellen dat dit laatste totaal is mislukt. Maar het eerste ging perfect! De eerste 2 kilometer voel ik me nog een beetje Bambi, aftastend en rekening houdend met de tramrails overal, bang om me te verstappen. Met dat ik dit een beetje los laat, ga ik BAM net rond de 2 kilometer, door m’n enkel heen, door een misstap bij de rails. Zucht. Ik scheld even inwendig tegen mezelf en loop door. Gelukkig lijkt er geen schade te zijn, behalve dat ik wat geschrokken ben.

Waar zijn de kilometers?

Voor ik er erg in heb zit ik al op de 5 KM en is het tijd voor water. Lekker! Ik neem het dankbaar aan, maar loop daarna weer verder. Dan begin ik heel even een soort van inkak momentje te krijgen; ik mag nu het 6 KM bordje wel een keer zien, hoor! En ineens zie ik daar: “Nog 500 meter”. Wat een mindfuck, denk ik. Dat ze dit nu al ophangen voor de marathon afstand! Maar HUH? Ik draai het stadion in? Is dit dan toch al de finish? Ik kan het niet op mijn horloge zien, want onder het Rijksmuseum door is de GPS er mee opgehouden. Waar zijn de kilometers tussen 5 en 8 gebleven? Ik ben helemaal beduusd. Heb ik ergens afgesneden? Daar is de finish. Wat een euforisch gevoel! Ik zwaai en sprint blij de laatste meters over de baan.  Ik zet mijn horloge uit, die pakt dan wel weer de afstand: 7,94 km. Er zit dus toch echt al 8 KM op. Ik klok zelf 36.37 min, later blijkt mijn officiële tijd 36:36 minuten. Veel te hard, maar enorm genoten. Heel blij en opgelucht met hoe mijn lijf aanvoelt, loop ik richting de uitgang om mijn eerste medaille (van de hopelijk 2) van de dag in ontvangst te nemen.

De eerste is in de pocket!

Strakblauwe lucht!

1 down, 1 to go.

Zo. De eerste 8 KM zitten er al weer op! Ik  loop rustig terug richting het stadion om te eten, drinken en me om te kleden voor ronde twee. Ik heb gelukkig veel eten en drinken bij me en eet ook best veel: kwark, brood met appelstroop, een Isostar reep, een banaan, een pakje Belvita, drink een flesje Isostar en drink nog behoorlijk wat water. Het stomme is dat ik niet kan inschatten of dit te veel of te weinig is. Normaliter zou ik niet zoveel eten zo vlak voor de start van een run, omdat ik bang ben dat ik dan naar de WC moet of buikpijn krijg. Alleen heb ik nu al behoorlijk wat verbrand en wil ik mijn lijf niet tekort doen. En er zit nu eenmaal niet meer ‘zaktijd’ in voor het eten. Gelukkig kan ik voor die tijd nog even naar de WC. Dat lucht op. Ik vind dat ik klaar moet zijn voor ronde 2.

Ik loop de trap af naar beneden en zie Marco van Basten achter me lopen. Hoe grappig. Ik vraag of ik een selfie met ‘m mag maken (iets met veel voetballiefhebbers in de familie, mijzelf niet inclusief..) en stuur deze in de familie app. Hij wenst me veel succes met de halve marathon. Dat was wel weer een grappig momentje :)!

Selfie met Marco van Basten 🙂

Met heel wat zenuwen loop ik voor de tweede keer richting het startvak. Eenmaal halverwege moet ik WEER naar de WC. Ga ik het nog redden terug te lopen? Dan hoef ik niet op een Dixie. Ik gok het erop, het is 12.45 en ik start pas om 13.26. Al met al ben ik om 12.55 weer klaar en ben ik nog op tijd in het startvak. Ik ga er vanuit dat dit mijn laatste zenuwplasje is. Ik ben serieus al wel 6x geweest en moet nu toch een keer leeg zijn. Door elke keer die plaspauzes wandel ik ook nog best wat tussendoor.. terwijl ik juist m’n lijf wilde opladen, pff.

Eenmaal in het startvak lijkt het alsof ik WEER na de WC moet. Maar ik ga er vanuit dat mijn lijf een spelletje met me speelt, ik ben echt 5 minuten geleden nog geweest en was toen echt leeg. Dus dit negeer ik.

De TCS Halve Marathon: we are off!

Ik start in het tweede startvak. De snellere lopers starten net wat eerder. Een kleine 6 minuten later mag mijn startvak starten. Het startschot is nog behoorlijk onverwachts. Daar gaan we! Ik ben behoorlijk nerveus, want het is best warm en dat stemmetje blijft zeggen: “maar muts je hebt al weer een veel te snelle 8 km in de benen”. Maar goed, de eerste 5 kilometer kom ik prima door. Het is wel erg druk op het parcours en dat vind ik altijd best irritant. Slalommen langs de lopers, zeg maar. Mijn blaas zegt nog continu: je moet naar de WC! Dus ik loop niet echt fijn. Toch drink ik wel bij elke post, omdat ik nog steeds ervan uit ga dat dit een stemmetje is wat tussen de oren zit. Het zakt ook een beetje weg. Gelukkig.

In Amsterdam is er veel ruimte voor muziek. En ik ben normaal niet echt van de Nederlandstalige hits.. maar deze bleef me bij:

“Leef, pak alles wat je kan.
En ga, a, a, a
A, a, a, a
A, a, a, a
Pak alles wat je kan”

 

Over de helft. Over de helft.

Ik ben weer een spelletje met mezelf aan het spelen en zeg: als ik maar over de helft ben, dan schiet het op. Maar ik het zwaar, kan ik zeggen. Mijn benen zijn behoorlijk moe. Ik kijk niet op de klok, omdat ik op gevoel wil lopen. Mijn gevoel zegt: ‘f*ck’, maar opgeven is geen optie. Ik merk dat ik ook elke keer met mezelf in discussie ga: “Ja maar je hebt nu al 10 + 8 = 18 kilometer erop zitten!”. Bij kilometer 14 neem ik mijn gelletje en ik geloof dat rond kilometer 15 de organisatie ook gelletjes uitdeelt. Die neem ik ook. Alle energie is welkom. Daarom h eb ik bij elk punt netjes al het water aangenomen en ook de sponsjes. Alleen maakte ik 1x de fout door op zo’n sponsje te gaan sabbelen. Ging prima in Rotterdam, maar hier niet. BLEGH!

Battery low. Please charge.

Bij kilometer 17 ben ik gaar. Maar loop ik door. De Duracel konijnen EN cheers van BANANA EVE en Manon hielpen een klein beetje wat energie terug te krijgen. En vervolgens spot Meike me ook nog!  Maar toch besluit ik mijn magnesium gelletje te nemen. Ik slalom bij de waterposten langs lopers die gaan wandelen. Door mijn eigen vermoeidheid irriteert het me nog meer dat mensen niet even ruimte maken, maar goed. Ik besef dat de warmte natuurlijk ook meespeelt, maar wil hier ook niet teveel aan toegeven. Er is namelijk best wat schaduw en dus moet ik niet zo zeuren.

DIXI ONTGROENING.

..En ik moet zo nodig naar de WC. Ik heb het gevoel dat ik mijn lijf niet onder controle heb. Laten lopen? Het is maar plas, denk ik even. Nee. NEE. Maar ik loop ZO niet lekker. Ik moet ECHT! HEEL NODIG. Ik merk dat mijn hele lijf er raar door begint te doen. Bosje in het Vondelpark? Nee. Allemaal mensen. F*ck. Wat hebben mannen het makkelijk. Maar dan, tussen kilometer 19 en 20, zie ik links de Dixi’s. Tegen AL mijn principes in (pauzeren tijdens een wedstrijd) schiet ik onder het lint het toilet in. Wat ik DAAR aan tref. Dat kan en wil ik niet omschrijven. BAH. De ‘smerige’ Dixi’s voor de start? Daar zou ik nu heel blij mee zijn. Maar ik moet. En kan niet ophouden. Broek naar beneden en legen die blaas. Dat lucht ZO op! Natuurlijk is er geen WC papier, maar ik sleep al kilometers lang een sponsje mee, dus die kan ik nu mooi gebruiken. Snel weer alles aan en naar buiten, voordat ik geen stap meer kan en wil zetten. Daar ga ik, op weg naar de laatste 3 kilometer van de halve marathon. Mijn benen zijn nu nog vermoeider, maar ik loop toch prettiger en opgeluchter, door mijn lege blaas. Ik neem nog snel mijn Guarana shot en ga door. Ik kijk op mijn horloge. Sjips… zou ik 1.50.00 nog halen? Dat zou nog moeten kunnen, maar dan moet ik nu niet gaan inkakken.

Nu is het nu echt aftellen en ben ik op. De 500 meter boog komt voorbij. De meters die tijdens de eerste ronde zo snel gingen, duren nu tergend langzaam. Maar de finish boog is in zicht. Ik probeer nog een halve eindsprint eruit te trekken. En ik kan het niet geloven: 1.43.09. Met dit weer.  En al 8 snelle kilometers in de benen. En een Dixie stop. Ik ben na omstandigheden toch tevreden. Ik moet nog wel even bijkomen en plof letterlijk het gras in. Dan maar even veel kriebel (ben zo allergisch als de pest).

Enorm blij met deze plak. Hij was zwaar…
Nummer 2 van vandaag!

Vervolgens ben ik helemaal smerig, zweterig en goor. Maar boeien. Ik neem mijn tweede medaille van de dag in ontvangst, neem nog wat foto’s en ga op zoek naar wat hardloopvriendjes om te feliciteren en knuffelen met hun fantastische prestaties! Vlak voor de brug vind ik Petra, Celeste en Chris, maar ook Monique, Erik, Dagmar en later Maartje en nog meer bekenden. Iets te enthousiast knuffel ik Peet… met m’n zweet/water/ben kapot lijf. Zo fijn om even met deze lieve mensen na te kletsen.

Met Petra, Chris, Celeste en Monique!

Ik plof op de grond en zeg “nee” tegen een patatje. Dat zegt wat over hoe van slag m’n lijf nog even is. Als ik een beetje ben bijgekomen en wat Isostar heb gedronken, laat ik mijn medaille graveren en loop langzaam richting de auto. Het is nog een lange weg naar huis en omdat ik al 12 uur op ben, ruim 29 warme kilometers in de benen heb, ben ik er wel klaar mee. Ik schiet snel wat schone kleren en slippertjes aan en rijd naar huis.

Snel nog even omgekleed en SLIPPERTJES aan!

Het was een mooie dag. Bedankt Amsterdam! Je was warm, je was heet en je hebt me ontgroend aangaande ‘stoppen/Dixie bezoek’ tijdens een run. Maar we hebben het weer gefixt! Deze twee mooie plakken krijgen weer een mooi plekje!

Heb jij toevallig ook aan een van de afstanden in Amsterdam mee gedaan? Hoe ging dit bij jou? Ik ben heel erg benieuwd, tell me!

Geef een reactie